TNTL 116/1

Lotte Jensen

Gedichten van Anna Roemersdochter Visscher : een bloemlezing / met inl. en comment. door Riet Schenkeveld-van der Dussen en Annelies de Jeu. - Amsterdam : Amsterdam University Press, 1999. - 143 p. : ill. ; 24 cm. - (De Amazone-reeks)
ISBN 90-5356-413-6 Prijs: ƒ 29,50

Een selectie van de poëzie van Anna Roemersdochter Visscher (1583-1651) is verschenen in een nieuwe serie vrouwenliteratuur, getiteld de Amazone-reeks. Deze reeks is opgezet als een vervolg op Met en zonder lauwerkrans (1997) en heeft als doel enkele van de daarin gepresenteerde schrijfsters wat uitvoeriger aan het Nederlandse publiek voor te stellen. Conform die gedachte zijn de gedichten van Anna Roemers herspeld, geannoteerd en van korte inleidingen voorzien. In een algemene inleiding gaan de samenstellers, Riet Schenkeveld-van der Dussen en Annelies de Jeu, in op diverse aspecten van haar leven en dichterschap. Vooral haar artistieke vriendenkring krijgt veel aandacht. Roemers blijkt een groot netwerkster te zijn geweest, die bewust de contacten met onder meer Hooft, Heinsius, Cats en Huygens intensiveerde. Op hun beurt prezen zij de talentvolle dichteres als de ‘tiende muze’ en als iemand die ver boven haar eigen sekse verheven was. Bewonderenswaardig is dat de samenstellers in hun informatieve overzicht een onderhoudende toon hebben wetten te treffen, die zowel vakgenoten tevreden zal stellen als een breder publiek kan aanspreken.

De selectie gedichten toont de verscheidenheid van het oeuvre van Anna Roemers: er zijn vertalingen van de Franse emblemen van Georgette de Montenay, gelegenheidsgedichten voor beroemde tijdgenoten, sonnetten op de christelijke feestdagen, psalmberijmingen en bewerkingen van een door haar vader uitgegeven embleembundel Sinne-poppen. De gedichten zijn geordend in samen- hangende groepen, waarbij de chronologie zoveel mogelijk is gehandhaafd. Na haar huwelijk nam Anna Roemers nog maar sporadisch de pen ter hand, meestal om een gunst van iemand te vragen. Als afsluiting zijn enkele gedichten uit de periode na haar huwelijk opgenomen.

De samenstellers maken een interessant spanningsveld zichtbaar in het oeuvre van Anna Roemers. Enerzijds presenteerde ze zichzelf uiterst bescheiden, op het neerbuigende af. In haar optiek vloeiden uit haar pen niets dan ‘kreupele, manke en lamme’ verzen. In een gedicht aan Heinsius laat ze zich zelfs met geweld terugsturen van de Helicon om genoegen te nemen met een plaatsje aan de voet van de berg. Achter die zelfverkleining ging echter een zelfstandige en kritische dichteres schuil, die haar klassieken kende en de regels van de dichtkunst verstond. Ze wist een serieuze benadering te combineren met een nuchtere kijk op het dichterschap. Dat blijkt uit haar geestige schrijfstijl, waarbij ze zelfspot en parodie niet uit de weg ging. Dat maakt haar ook tot een tegendraadse en rebellerende schrijfster, die als een van de vroegste representanten van een anti-idealistische poëtica kan worden beschouwd. Haar oeuvre kenmerkt zich namelijk door elementen die ook in het werk van latere dichters als Jan Six van Chandelier en Willem Godschalck van Focquenbroch vorm hebben gekregen: verzet tegen de hoogvliegende bezielde dichters, spot en zelfironie. Een waardige vaandeldraagster dus van de prachtig geïllustreerde Amazone-reeks.


| MNL Homepage | TNTL |