TNTL 116/1

Gert-Jan Johannes

Hogere sferen : de ideeënwereld van Willem Bilderdijk (1756-1831) / door Joris van Eijnatten. - Hilversum : Verloren, 1998. - 768 p. : ill. ; 24 cm
ISBN 90-6550-585-7 Prijs: ƒ 120,--

Als ik een hoed of pet droeg, zou ik die afnemen voor Van Eijnatten. Dit boek over de ideeënwereld van Bilderdijk voorziet, zoals de auteur zelf al opmerkt, in een hardnekkige leemte. Sinds Bavincks knappe overzichtstudie uit 1906, Bilderdijk als denker en dichter, heeft niemand het meer aangedurfd een ook maar enigszins integrale weergave van Bilderdijks denkwereld te geven. Van Eijnatten heeft dit waagstuk ondernomen, en het resultaat is een bijzonder erudiete, veelomvattende en informatieve kijk op de laatste grote universalist van Nederland.

Natuurlijk ontkomt ook Van Eijnatten niet aan een vleugje ironie hier en daar. Inderdaad is niet alles wat Bilderdijk geschreven, gedacht en gedicht heeft even belangwekkend, dramatisch of wereldschokkend. De dichter zelf was zich hier trouwens vaak van bewust. In zijn brieven geeft hij al op tamelijk jeugdige leeftijd aan dat sommige van zijn bedenksels gezien moeten worden als de stokpaardjes van een ‘oude paai’. Maar wat dit boek uitermate sympathiek maakt, is dat Van Eijnatten Bilderdijk op een volwassen, wetenschappelijke wijze benadert en hem in essentie volledig serieus neemt. Hij getroost zich dan ook enorm veel moeite om de ideeën en de beweegredenen van zijn onderzoeksobject recht te doen. We zien hier niet het populaire beeld van de gedrogeerde excentriek, die geen groter genoegen kende dan met hete theeschoteltjes op zijn kop rond te dansen. Bij Van Eijnatten komt Bilderdijk primair naar voren als de zeldzaam erudiete, getalenteerde en creatieve man die hij ongetwijfeld was.

Over de achterliggende opzet van deze studie kan men van mening verschillen. Hier en daar getuigt het boek naar mijn idee van een wat ver doorgevoerd wetenschapsoptimisme. Van Eijnatten tracht alle opvattingen van Bilderdijk te herleiden tot vroegere of contemporaine denktradities. Soms doet dit wat geforceerd aan; de auteur wekt wel eens de indruk dat hij hoopt Bilderdijks ideeënwereld uiteindelijk te kunnen herleiden tot een optelsom van onderdelen. Alsof Bilderdijk zichzelf, als een soort van bouwpakket, in elkaar heeft gezet uit bestaande elementen. In zoverre is de opzet misschien niet geheel geslaagd. Zoals de auteur ook wel toegeeft, blijft Bilderdijks denkwereld uiteindelijk een raadsel dat de samenstellende delen ontstijgt.

Maar wat heeft dit streven, hoezeer ook per definitie gedoemd te mislukken, een rijkdom aan gegevens, interpretaties en ideeën opgeleverd! Bilderdijk noemt een bepaalde auteur of bespreekt een bepaald onderwerp, en steevast blijkt dat Van Eijnatten zo’n beetje alles heeft gelezen wat er van of over die auteur is gepubliceerd, of wat er in de loop der eeuwen over dat onderwerp aan belangwekkends is verschenen. Van Bilderdijk zelf zijn bovendien niet alleen de gedrukte werken bestudeerd, maar ook de manuscripten en kladaantekeningen. Dit alles levert een zeer rijk geschakeerd beeld op. De bescheiden relativeringen van de auteur moeten we doorgaans met een flinke korrel zout nemen. Zo stelt hij dat hij de literaire, de historiografische en de juridische kanten van Bilderdijk goeddeels buiten beschouwing heeft gelaten, evenals diens houding inzake de beeldende kunsten. Van Eijnatten miskent hier zijn eigen intellectuele gulzigheid. Tot plezier van de lezer biedt hij ook over die onderwerpen wel degelijk veel informatie van hoog gehalte.

De hoofdgedachte in deze studie is dat Bilderdijk geen pionier van de romantiek was, maar veeleer een man die als het ware met zijn rug naar de nieuwe tijd stond. De uiteenlopende aspecten van zijn denk- en belevingswereld zijn volgens Van Eijnatten te herleiden tot een kern die bestaat uit drie elementen. Ten eerste de ‘augustiniaanse’ traditie waarin zonde en genade centraal staan. Deze traditie wordt bij Bilderdijk aangevuld met mystieke trekjes. Die verwijzen al naar de ‘theosofische’ traditie (intuïtieve kennis van het ‘hogere’, ‘inwendig licht’, etc.), die bij Bilderdijk zo ruim vertegenwoordigd is. Ten derde wijst Van Eijnatten op een ‘Romeins’, ‘aristocratisch’ of ‘classicistisch’ element (dat sterk doet denken aan de kring rond Jeronimo de Bosch). Samenvattend merkt Van Eijnatten op: ‘Als er in dit boek een etiket op Bilderdijk wordt geplakt, dan is het niet dat van romanticus, maar dat van christelijk conservatief.’ Terecht tekent hij hierbij aan dat Bilderdijk geen ‘calvinist’ in eigenlijke zin was. De reguliere geloofsbeleving van zijn tijd was veel te beperkt voor Bilderdijks zelf- en godservaring. Hij was eerder een universele renaissancist dan een gereformeerde ouderling. Maar dan wel een renaissancist die bijzonder goed op de hoogte was van de ontwikkelingen in het achttiende-eeuwse denken. Die ontwikkelingen interpreteerde hij echter vooral in het licht van het verleden. Bilderdijks opvattingen, zo stelt Van Eijnatten, waren uitdrukkelijk niet bedoeld als poort naar de toekomst maar als poort naar het verleden, ‘al waren veel van haar bouwstenen ontleend aan de contemporaine gedachtenwereld van de architect’. Deze stelling wordt met bekwaamheid, zorg en liefde uitgewerkt in hoofdstukken over Bilderdijks studieuze vormingsjaren, esoterica, moraal, wijsbegeerte, poëzie, geschiedenis en religie. Het boek vertelt ons trouwens niet alleen iets over Bilderdijk. Wie de registers en bibliografische gegevens zou doornemen zonder de titel te kennen, zou denken dat het hier ging om een intellectuele geschiedenis van de hele 18de eeuw in Europa.

Specialisten op elk van de talloze deelgebieden die de auteur behandelt, zullen in dit boek ongetwijfeld wel wat vinden om over te zeuren. Zelf hoop ik bij gelegenheid nog eens met Van Eijnatten slaags te mogen raken over aspecten van Bilderdijks literaire opvattingen. Verder kan men natuurlijk discussiëren over de vraag of de auteur met de genoemde drie aspecten werkelijk de kernpunten te pakken heeft. Maar het aardige van dit boek is nu juist dat de auteur zulke vragen bespreekbaar maakt. Als een van de weinigen die over Bilderdijk hebben geschreven, verkondigt hij vaak heldere én voor discussie toegankelijke meningen. Hij doet dit zonder religieuze of ideologische vooringenomenheid, en gelukkig ook zonder de tegenstrijdigheden in Bilderdijks denken weg te schrijven als ‘romantische gespletenheid’. Overigens constateerde ik bij sommige deelaspecten dat Van Eijnatten niet alleen alle bronnen weer zelf heeft geraadpleegd, maar dat hij ook vele bladzijden besteedt aan zijn verslag daarvan, om vervolgens op de proppen te komen met geen beduidend andere gegevens en conclusies dan die welke reeds voorhanden waren. Wat dat betreft had ik hier en daar wel eens het spreekwoordelijke ‘onsje minder’ gewenst.

Maar dit imposante boek ligt er, en men kan er niet omheen. Het brengt ons Bilderdijk veel nader, het legt onvermoede verbanden en het maakt zinvolle discussies op tal van terreinen mogelijk. Mijn liefje, wat wil je nog meer?


| MNL Homepage | TNTL |