TNTL 116/2

J. Kardux

Een grand tour naar de nieuwe republiek : journaal van een reis door Amerika, 1783-1784 / Carel de Vos van Steenwijk ; uitg. verzorgd door Wayne te Brake ; met medew. van Jeroen Blaak en Katherine M. Grant. - Hilversum : Verloren, 1999. - 192 p. : ill. ; 22 cm. - (Egodocumenten ; 18)
ISBN 90-6550-172-x Prijs ƒ 39,67

Op 22 juni 1783 vertrok de 24-jarige Carel de Vos van Steenwijk, telg uit een adellijk Drents geslacht, in het gevolg van de eerste Nederlandse ambassadeur in de Verenigde Staten, P.J. van Berckel, naar de nieuwe Amerikaanse republiek. In het hier besproken boek wordt het reisjournaal dat De Vos bijhield tijdens zijn reis naar en in de Verenigde Staten voor het eerst gepubliceerd. De publicatie van het reisjournaal, waarvan het bestaan tot voor kort vrijwel onbekend was, is gerechtvaardigd om ten minste twee redenen.

In de eerste plaats zou De Vos na zijn terugkeer in Nederland in 1784 al snel een prominente rol gaan spelen in de patriottenbeweging en zou hij belangrijke politieke functies vervullen in de Bataafse Republiek. Hoewel het te ver zou gaan De Vos' inspanningen voor de democratisering van de Nederlandse republiek geheel terug te voeren op zijn persoonlijke observatie van de prille Amerikaanse democratie, ligt het voor de hand dat zijn 'grand tour' zijn affiniteit met de democratische beweging in Nederland versterkt heeft. Net zoals in zijn reisverslag een aantal anglicismen zijn taalgebruik binnensluipt, heeft De Vos wellicht tijdens gesprekken met vooraanstaande politieke leiders en op zijn rondreis door elf van de dertien deelstaten van de Amerikaanse republiek ongemerkt ideeën opgedaan die de kiem vormden voor zijn latere politieke opvattingen. In zijn degelijke en verhelderende inleiding betoogt Te Brake bijvoorbeeld dat De Vos' decentralistische politieke visie van rond 1800 nauw aansluit bij de politieke ideeën van de Amerikaanse 'anti-federalisten', van wie Thomas Jefferson de bekendste vertegenwoordiger zou worden.

In de tweede plaats werpt het reisjournaal een interessant licht op de politieke cultuur en het maatschappelijke leven in de Verenigde Staten direct na het einde van de Onafhankelijksoorlog, een oorlog die gedeeltelijk met Nederlandse steun gefinancierd was. Toen ambassadeur Van Berckel, met De Vos in zijn kielzog, na een lange en moeizame overtocht eindelijk Philadelphia bereikte, wachtte hem weliswaar klokkengebeier als vreugdegroet, maar het Amerikaanse Congres, waar hij zijn geloofsbrieven ging aanbieden, bleek inmiddels vanwege politieke strubbelingen naar Princeton in de naburige staat New Jersey verhuisd. Ook Van Berckels officiële audiëntie aldaar was een anticlimax: in een armoedig en schaars gemeubileerd zaaltje hield de Nederlandse envoyé in het Frans een toespraak voor de president van het Congres en de vertegenwoordigers van de deelstaten, waarna zijn in het Nederlands gestelde geloofsbrieven werden voorgelezen en overhandigd. De cultuurschok moet wederzijds geweest zijn.

Opvallend in De Vos' reisverslag is de toegankelijkheid van de politieke en sociale elite van de jonge republiek. De Vos verhaalt van hartelijke ontvangsten door hoogwaardigheidsbekleders zoals George Washington, die het Nederlandse gezelschap, zoals De Vos benadrukt, 'én in zijn publiek character [als generaal] én als een privaat persoon' op zijn landgoed Mount Vernon gastvrijheid verleent. (Pas in 1789 zou Washington benoemd worden tot eerste president van de Amerikaanse republiek.) Tijdens de zeven maanden durende reis die De Vos vervolgens samen met twee landgenoten en een aantal bedienden door de V.S. ondernam, maakte hij dankbaar gebruik van introductiebrieven, die hem toegang gaven tot de hogere kringen in de verschillende staten die hij bezocht. De Vos vertelt enthousiast over danspartijen, waar weliswaar geen hapjes geserveerd werden en de muziek matig was, maar waar men zich aangenaam kon verpozen met 'zeer schoone' dames en 'zeer lieve' meisjes. (Gezien zijn belangstelling voor vrouwelijk schoon, wekt het verwondering dat De Vos pas op 52-jarige leeftijd trouwde.)

Net als vele Europese reizigers na hem werd De Vos getroffen door de tegenstellingen in de Amerikaanse maatschappij en natuur. De gastvrijheid die hij in het noorden ontving, stond in scherp contrast met de armoedige herbergen in de zuidelijke staten, waar soms zelfs niets te eten te krijgen was. Terwijl de berggezichten voor de Lage Lander 'verrukkend' waren, verliep de reis naar het zuiden, vanwege barre weersomstandigheden en de primitieve wegen, moeizaam. Pas 'na veel sukkelens' bereikten de reizigers Charleston in South Carolina. De Vos, die al eerder geconstateerd had dat de slavernij in tegenspraak was met de Amerikaanse vrijheidsprincipes, contrasteert de enorme rijkdom en verkwistende levensstijl van de inwoners van deze stad met de uitbuiting van de slaven waarop zij gestoeld waren. Desondanks lijkt hij de mening van zijn slavenhoudende gastheren te delen, die de slavernij als noodzakelijk kwaad zagen aangezien blanken in het hete klimaat geen lichamelijke arbeid zouden kunnen verrichten.

Het Amerika dat uit het reisjournaal van De Vos naar voren komt, vormde nog verre van een nationale eenheid. Hoewel de sociale en politieke elite, zoals blijkt uit de introductiebrieven die De Vos meekreeg, over een nationaal en zelfs internationaal vertakt netwerk beschikte, leek de gewone bevolking buiten de steden verdeeld in veelal etnische enclaves. De Vos kwam bijvoorbeeld in de staat New York en ook elders plaatsen tegen waar de voertaal na verscheidene generaties nog steeds Nederlands was. Wanneer men hierbij voegt De Vos' terloopse opmerkingen over sociale en politieke onrust, die onder andere tot de verplaatsing van het congres leidde, en zijn ervaringen met de primitieve infrastructuur van het land, geeft het reisjournaal van De Vos een uniek beeld van de problemen waarvoor de Amerikaanse natie in opbouw zich gesteld zag.


| MNL Homepage | TNTL |