TNTL 116/2

J. Nortier

Honderd jaar stadstaal / Joep Kruijsen en Nicoline van der Sijs (red.). - Amsterdam [etc.] : Contact, 1999. - 335 p. : ill., graf., krt., tab. ; 23 cm
ISBN 90-254-9553-2 Prijs: ƒ 49,90

In twintig beschrijvingen van 10-20 bladzijden wordt een overzicht gegeven van de stadsdialecten in Noord- en Zuid-Nederlandse steden.

Wie de beoogde lezers van het boek zijn is niet in één oogopslag duidelijk; in de Verantwoording wordt gemeld op p. 9: 'Niet alleen onder taalkundigen is de belangstelling voor stadstalen toegenomen, [...] ook bij de media en het "grote publiek" zijn stadsdialecten populair [...]'. Het boek is zeker leesbaar voor een groot publiek, omdat het gebruik van taalkundige vaktermen is vermeden, waardoor het niveau ook voor niet-taalkundigen goed te volgen is. Praktisch iedereen met enige interesse in een stadsdialect zal iets van haar of zijn gading kunnen vinden. Wie echter iets over de eigen stad of provincie wil lezen zit al gauw met het probleem dat de overige 300 bladzijden over andere steden gaan. Het aantrekkelijke voor taalkundigen is juist wel gelegen in de grote verscheidenheid aan artikelen. Er zullen weinig taalkundigen zijn die in hun hoofd of hun boekenkast een overzicht hebben van zoveel stadsdialecten als in het boek beschreven staan.

Na de verantwoording en een introductie op het gebruikte fonetisch schrift wordt een heldere inleiding gegeven door A.M. Hagen. In minder dan tien bladzijden gaat de auteur in op stadsdialecten en het onderzoek daarnaar in de afgelopen eeuwen. Hij volgt daarbij enkele hoofdlijnen zoals het ontstaan van de natie-staat, en het urbanisatieproces en wat daarmee samenhangt. Vervolgens gaat hij in op de speciale positie van Vlaanderen en de Limburgse steden. Tenslotte wijdt hij een halve bladzijde aan attituden ten opzichte van stadsdialecten, en hij besluit met het beschrijven van invloeden op woorden en klanken in stadsdialecten.

De twintig volgende artikelen zijn voor Nederland in elf provincie-hoofdstukken gerangschikt. Van de meeste Nederlandse provincies is een stadsdialect beschreven, van Gelderland en Limburg elk twee en van Zuid-Holland drie. Soms zijn het de hoofdsteden (Groningen, Leeuwarden, Den Haag, Utrecht, Den Bosch, Maastricht), soms ook andere grotere of kleinere steden (Coevorden, Deventer, Nijmegen, Zutphen, Amsterdam, Leiden, Rotterdam, Zierikzee, Roermond). Vervolgens zijn ook Vlaamse stadsdialecten in vijf hoofdstukken beschreven (Tongeren, Gent, Kortrijk, Antwerpen, en Brussel). De artikelen zijn door twintig verschillende auteurs geschreven die elk specialist zijn op het gebied van het door hen beschreven stadsdialect.

De artikelen geven een overzicht van de ontwikkeling in de afgelopen honderd jaar, omdat voor de meeste beschreven gebieden geldt dat ongeveer een eeuw geleden de stadsdialecten en de belangstelling daarvoor ontstonden. De nadruk ligt op de woordenschat. In ieder artikel is een lijst woorden opgenomen en een overzicht van relevante en gebruikte literatuur. Daarnaast gaat elke auteur in op wat kenmerkend is voor het beschreven dialect, daarbij geleid door eigen interesse of specialisme. Dit alles levert een evenwichtig en afwisselend geheel op.


| MNL Homepage | TNTL |