TNTL 116/2
O. Praamstra
'Hoe zal het met mij afloopen' : het studentendagboek 1833-1835 van / Jan Bastiaan Molewater ; uitgave verz. door Henk Eijssens. - Hilversum : Verloren, 1998. - 110 p. : ill. ; 22 cm. - (Egodocumenten ; 17)
ISBN 90-6550-164-9 Prijs: ƒ 25,34
Jan Bastiaan Molewater (1813-1864) moet een indrukwekkende persoonlijkheid geweest zijn. Hij was een van de oprichters van de Rederijkerskamer voor Uiterlijke Welsprekendheid -- de 'Romantische Club' -- en speelde dankzij zijn grote redenaarstalenten een beslissende rol in het ontstaan van het vernieuwde Leidsche Studenten Corps in 1839. Nadat hij afgestudeerd was, vestigde Molewater zich als arts in Rotterdam, waar hij in 1848 benoemd werd tot directeur van het Coolsingelziekenhuis. Daar kwam Allard Pierson hem in de jaren zestig tegen en raakte zo onder de indruk van zijn 'koninklijke intelligentie' dat hij hem een hoofdrol gaf als Dr. Beelen in zijn roman Adriaan de Mérival (1866).
Niets van die bijzondere gaven waarover Molewater beschikte, vindt men terug in het 'studentendagboek'. Dagboek is eigenlijk ook een te weidse naam voor de losse blaadjes waarop Molewater tussen 1833 en 1836 incidenteel bijhield wat hem in die jaren bezighield: de boeken die hij las, het bezoek aan de sociëteit, een dispuutsreisje naar Duitsland, zijn studie en zijn weifelende houding ten aanzien van vrouwen. Hij kon niet buiten het sexuele contact met de Leidse 'straatmadelieven' maar was als de dood zo bang voor geslachtsziekten, terwijl hij kennelijk nog niet toe was aan een vaste relatie met iemand uit zijn eigen stand. Het zijn de typische aantekeningen van een negentiende-eeuwse student, die weinig verschillen van het eerder in de reeks Ego-documenten verschenen dagboek van Jacob David Mees (Hilversum, 1997).
Wat het dagboek van Molewater bijzonder maakt -- Henk Eijssens wijst er in zijn inleiding al op -- zijn de veelvuldige verwijzingen naar Nicolaas Beets. Beets zelf hield als student ook een dagboek bij, maar heeft dat op hoge leeftijd herschreven om vervolgens het origineel te vernietigen. Uit enkele snippers van het origineel die toevallig bewaard zijn gebleven, viel op te maken dat Beets het nodig heeft gevonden om een beeld van zijn studententijd te schetsen dat meer in overeenstemming was met de vooraanstaande positie die hij later in de samenleving zou bekleden. Voor biljartpartijen bijvoorbeeld was in het geretoucheerde dagboek geen plaats meer; en ook niet, zo blijkt uit het dagboek van Molewater, voor verwijzingen naar zijn soms iets te overvloedig drankgebruik. Op 5 oktober 1834 schrijft Molewater naar aanleiding van een vergadering van de Rederijkerskamer voor Uiterlijke Welsprekendheid: 'Beets is op het laatst nog weer dronken geworden. Daar schijnt hij dan voor in de wieg gelegd'. En op 14 augustus 1835 beschrijft hij een toevallige ontmoeting met Beets in Nijmegen, waarbij 'een paar flesschen Rhijnwijn' gedronken worden, die in de herschreven versie van het dagboek van Beets evenmin zijn terug te vinden, ook al bestrijken beide dagboeken dezelfde periode. Voor wie Beets als student wil leren kennen, biedt het dagboek van Molewater een onmisbare aanvulling op het beeld dat de oude Beets indertijd van de jonge Beets geprobeerd heeft na te laten.
| MNL Homepage | TNTL |