TNTL 116/3
Lia van Gemert
Livinus Verkruyssen en zijn toneeldichters : speurtocht in het domein van het 18de-eeuwse Zuid-Nederlandse theater / Kaare Langvik-Johannessen. - Brussel : Studiecentrum 18de-eeuwse Zuid-Nederlandse Letterkunde, Facultes universitaires Saint-Louis, 1999. - 60 p. ; 25 cm. - (Cahier / Studiecentrum 18de-eeuwse Zuid-Nederlandse Letterkunde, Facultes universitaires Saint-Louis ; no. 18)
Prijs niet opgegeven
Mede dankzij de inspanningen van K. Langvik-Johannessen is de afgelopen jaren een aantal facetten van het Zuid-Nederlandse toneelleven in de achttiende eeuw onder de aandacht gebracht. Telt de reeks van het Studiecentrum van de Facultés universitaires Saint-Louis bijvoorbeeld al een uitgave van J.F. Cammaerts Straf ende dood van Balthassar (nr. 6A, 1991) en een deel over de Brusselse hoofdtonelen (nr. 10, 1993), in het nu verschenen Livinus Verkruyssen en zijn toneeldichters (nr. 18, 1999) wordt een hardnekkige literaire mythe ontzenuwd. Langvik-Johannessen doet hier verslag van zijn speurtocht naar de achttiende-eeuwer Verkruyssen, vermeend Brussels auteur van twee, drie of vier drama’s.
Met de betrokken drama’s in de hand -- De Doodt van Boëtius [...]; De Heilige Adrianus; De onverwinnelyke standvastigheyd [...] van den H. Martelaer Laurentius [...] en Christelycken strydt van den heyligen en glorieusen martelaer Sebastiaen [...] -- toont Langvik-Johannessen aan dat geen van de vier stukken door Verkruyssen geschreven is, maar dat ze door deze Brugse -- en dus niet Brusselse -- welgestelde burger in 1743 ‘in druk gegeven’ oftewel uitgegeven zijn, dat wil zeggen dat hij hoogstwaarschijnlijk de drukkosten voor zijn rekening heeft genomen. Een combinatie van de overige, schaarse, feiten rondom deze teksten en een nauwkeurige lezing van de beschikbare drukken, leidt vervolgens tot de hypothese dat Verkruyssen van tijd tot tijd als regisseur optrad en de drama’s voor concrete voorstellingen bewerkt heeft. Mogelijk koos hij ze om hun kwaliteiten: de vier genoemde martelaarsspelen zijn naar het oordeel van Langvik-Johannessen voor de Zuid-Nederlandse achttiende eeuw van bovengemiddeld gehalte.
Behalve een reconstructie van de carrière van Livinus Verkruyssen biedt Langvik-Johannessen ook een aantal gegronde veronderstellingen over de identiteit van de werkelijke auteurs en de datering van de vier drama’s, vergezeld van een kernachtige analyse. Hoewel daarbij nu en dan uit het materiaal geciteerd wordt, blijft het beeld toch noodgewongen wat fragmentarisch. Wie meer wil weten, kan terecht in de universiteitsbibliotheken van Gent en Leiden (en moet hopen dat de catalogus toereikend is want signaturen van het zo moeizaam vergaarde materiaal worden niet opgegeven) of wachte op de volgende cahiers in de reeks van het Studiecentrum, waarin in elk geval het Boëtius-drama heruitgegeven zal worden. De reeks is te bestellen bij het genoemde centrum, Kruidtuinlaan 43, B-1000 Brussel.
| MNL Homepage | TNTL |