TNTL 116/3
Steef Post
Het hart naar boven : religieuze poezie uit de zeventiende eeuw / bezorgd door Ton van Strien en Els Stronks. - Amsterdam : Ambo ; Amsterdam : Amsterdam University Press, 1999. - 447 p. : ill. ; 25 cm. - (Delta)
ISBN 90-263-1543-0 geb. Prijs: ƒ 39,50
Met de bloemlezing Het hart naar boven bieden Ton van Strien en Els Stronks de lezer een dwarsdoorsnede van de zeventiende-eeuwse godsdienstige liederen en gedichten. Hoewel ze hun keuze zelf liever aanduiden met godsdienstige poëzie dan met religieuze (‘Religieus was de zeventiende-eeuwse literatuur bijna in zijn totaliteit’; p. 315) luidt de ondertitel: Religieuze poëzie uit de zeventiende eeuw. De selectie van de gedichten betreft wel consequent gedichten waarin godsdienstige zaken beschreven of beleden worden.
De samenstellers hechtten eraan om met dit materiaal een breed beeld te schetsen van de zeventiende eeuw. Katholiek en calvinistisch, rekkelijk en precies, mystiek en didactisch: het staat in een bonte mengeling door elkaar, gerangschikt op geboortejaar van de auteur. Het criterium van de literaire kwaliteit kwam op de tweede plaats, hoewel daar gezien de inhoud van de bloemlezing zeker naar gekeken moet zijn. De intentie om het godsdienstige leven van de gouden eeuw in een breed spectrum weer te geven geeft aan de bundel een eigen karakter.
Het nawoord had van mij best voorin mogen staan. Het biedt een goede inleiding op de bloemlezing. Eerst krijgen we een onderhoudend college over geloven en over het kerkelijk leven in de zeventiende eeuw. Terugkijkend vanaf de drempel van het nieuwe millennium lijken de contouren van de verschillende manieren van geloven in de zeventiende eeuw nauwelijks van elkaar te verschillen. Vrijwel iedereen geloofde in de voorzienigheid van God: Hij zendt regen en droogte, ziekte en gezondheid, voor- en tegenspoed. Wie daaraan twijfelde kreeg al snel het etiket atheïst opgeplakt. In de inleiding maken Van Strien en Stronks duidelijk dat er theologisch toch wel het een en ander te beleven was, hoewel de verschillen niet vaak in gedichten terug te lezen zijn. Sprekend over het doel van de dichters, het karakter van hun werk en over het (beoogde) gebruik laten de samenstellers zien dat er aardige vergelijkingen met het door hen verzamelde materiaal mogelijk zijn.
De gedichten zelf worden voorafgegaan door een korte, maar doeltreffende inleiding per auteur. In een prettig leesbare stijl presenteren de auteurs enkele biografische gegevens aangevuld met een korte samenvatting van een enkel gedicht of lied als leeswijzer. Informatie over de melodie van de vele opgenomen liederen ontbreekt.
De teksten zijn op wetenschappelijk verantwoorde wijze geredigeerd in originele spelling en lay-out. De normalisaties zijn verantwoord evenals de gebruikte bronnen. Bij iedere tekst staat een eerste suggestie voor verdere studie.
Het is zo een waardevolle anthologie geworden. De bundel geeft met onder anderen Spiegel, Cats, Bredero, Vondel, Huygens en Lodenstein voldoende bekend materiaal om het beeld van de zeventiende eeuw terug te lezen, maar ze biedt ook voldoende verrassingen om het werk te waarderen als een zinvolle aanvulling op verscheidene bloemlezingen van zeventiende-eeuwse religieuze poëzie. In vergelijking met oudere bloemlezingen nemen de vrouwen een opvallende plaats in. Naast oude bekenden als Anna Roemersdr. Visscher, Anna Maria van Schurman en Katharina Lescailje komen we ook Cornelia van der Veer, Anna Morian en Geertruyd Gordon tegen. De laatste had antinominiaanse sympathieën en schroomde niet om een theologische discussie in verzen aan te gaan met orthodox gereformeerden. Gordons verzen zijn niet de enige die aantonen hoe gemakkelijk dogmatiek en poëzie elkaar nog wisten te vinden in de zeventiende eeuw.
De selectie van gedichten en auteurs vormt bij een bloemlezing gewoonlijk een stevig discussiepunt en daarmee een dankbaar onderwerp voor de recensent. De discussie hierover hebben de samenstellers ongetwijfeld met zichzelf en met elkaar gevoerd. De naam van de mystieke kunstenaar Jan Luiken zal daarbij gevallen zijn en het verbaast me een beetje dat hij geen plaatsje gekregen heeft in de rij van veertig auteurs. Dat neemt niet weg dat we hier te maken hebben met een boeiende bloemlezing die een representatief en actueel beeld geeft van godsdienstige zeventiende-eeuwse poëzie.
| MNL Homepage | TNTL |