TNTL 116/4
Jeske van Dongen
Laet ons voort vroylijc maken zanc : opstellen over de lyriek in het Gruuthuse-handschrift / J. Reynaert. - Gent : Studia Germanica Gandensia, Vakgroep Duits - Taalkunde, 1999. - 255 p. : ill. ; 24 cm. - (Studia germanica gandensia, ISSN 0081-6442 ; 46)
ISBN 0081-6442 Prijs: 510 BEF
Wanneer een auteur in zijn inleiding schrijft ‘De meeste stukken zijn in diverse tijdschriften en bundels al eerder gepubliceerd’, vraag je je af waarom de bundel die je in je handen hebt, is uitgegeven: alles is immers al gezegd en vindbaar? Nou nee, niet alles: ‘Het laatste opstel en de bijlage zijn geheel nieuw’, zo meldt de auteur. Daarvoor merkte hij al op: ‘Ze [dat zijn: de meeste stukken] verschijnen hier in verschillende mate om- en bijgewerkt’. Ondanks deze nieuwigheden is voor diegene die de literatuur rondom het Gruuthuse-handschrift volgt, het merendeel al eens gezegd en geschreven. Toch is Laet ons voort vroylijc maken zanc een heerlijk boek.
In negen opstellen voert Reynaert zijn lezers mee op zijn speurtocht door het Gruuthuse-handschrift. Drie teksten behandelen de context en de achtergronden van de veertiende-eeuwse liedbundel. De auteur schept hierin een beeld van de stedelijke achtergrond waartegen het handschrift is ontstaan en van eventuele relaties tot de Franse en Duitse lyriek. De twee volgende stukken behandelen enige aspecten van vorm en inhoud, dat wil zeggen van de voorkomende dichtvormen en de genres die in het Gruuthuse-handschrift te vinden zijn. Onder het kopje ‘Interpretaties’ plaatst de auteur drie opstellen die ieder een lied inhoudelijk behandelen. Het laatste en enige echt nieuwe opstel in deze bundel gaat over verklaringsmodellen voor hoofse lyriek. In een bijlage volgt een uiterlijke en inhoudelijke beschrijving van de codex. Ook Reynaert heeft het handschrift, dat nog altijd in privé-bezit op kasteel Ten Berge te Koolkerke ligt, niet zelf ingezien en baseert zich voor deze beschrijving op bestaande literatuur en op foto’s van het handschrift.
Een blik in de literatuurlijst en een vergelijking met een enkel eerder verschenen artikel maken snel duidelijk dat de teksten inderdaad zijn bijgewerkt. Nieuwe literatuur, maar ook eigen nieuwe inzichten zijn verwerkt. Door de verschillende soorten onderzoek die Reynaert in de loop der jaren naar het Gruuthuse-handschrift heeft gedaan en de verschillende kanten die hij in de opstellen belicht, krijgt de lezer een volledig beeld van het handschrift, de tijd waarin het is ontstaan en vooral ook het onderzoek dat door collega-onderzoekers werd gedaan. Bestaande hypothesen komen uitgebreid aan bod. Ze worden genoemd, uitgelegd, verklaard en, in veel gevallen, weerlegd. Misschien bevindt zich juist hierin de kracht van het boek. Niet dat Reynaert steeds een antwoord weet op de vele vragen die het handschrift nog altijd oproept, hij geeft in ieder geval een helder overzicht van eerder en nog niet eerder gegeven antwoorden, toetst deze aan de schaarse feiten waarover wij beschikken en concludeert in de meeste gevallen dat er verschillende mogelijkheden zijn, maar geen zekerheden. Nergens wekt Reynaert de indruk met dit boek zijn onderzoek naar het handschrift af te ronden. Eerder lijkt er sprake te zijn van een tussenbalans - een overzicht dat moet leiden tot nieuwe initiatieven.
Het bewerken en bundelen van eerder gepubliceerde teksten is dan ook een mooie manier van presenteren van een onderzoek. Dit zouden meer mensen moeten doen. Door onderzoeksresultaten eerst in een artikel te verwerken, kan een discussie met collega’s op gang komen en kunnen ideeën rijpen. Het later bij elkaar voegen van de artikelen geeft de auteur de mogelijkheid eerdere conclusies te herzien of opnieuw te onderbouwen. Een dergelijke bundeling biedt een totaalbeeld van het gedane onderzoek en geeft inzicht in de samenhang tussen de verschillende teksten. Dat dit geenszins hoeft te leiden tot een versnipperd geheel, maakt het prettig leesbare Laet ons voort vroylijc maken zanc duidelijk.
| MNL Homepage | TNTL |