TNTL 116/4
Marinus van Hattum
Dwaasheid, ijdelheid, verdoemenis! : een keuze uit het werk / Isaac da Costa ; met inl. en aant. door G.J. Johannes. - Amsterdam : Amsterdam University Press, cop. 1996. - VI, 146 p. : ill. ; 24 cm. - (Alfa)
ISBN 90-5356-231-1 Prijs: ¦ 29,50
In de reeks Alfa Literaire teksten uit de Nederlanden is tussen Bellamy’s Gedichten en Kloos’ Verzen plaats ingeruimd voor enige teksten van Isaäc da Costa: een onverwachte combinatie van poëzie en proza. Geopend wordt met een selectie uit de Poëzy van 1821-1822. Juist aan deze vroege gedichten is zelden aandacht besteed, dus is deze afdeling zonder meer al een pluspunt. Voor het middendeel viel de keuze op een editie van de Bezwaren tegen den geest der eeuw (1823). De laatste uitgave van deze tekst, die van 1973 door J. Hovius bij de Willem de Zwijgerstichting, was meer iets voor verzamelaars dan voor literair-historici, zoals het signalement ervan door AH in Spektator van februari 1975 terecht stelde. En nu is daar eindelijk de editie-Johannes, zoals het hoort: met zaakcommentaar, woordverklaringen en aandacht voor bronnen en varianten - zoals ook bij de andere teksten. Afgesloten wordt met de tijdzang ‘1648 en 1848’ (1848), een prettige keuze na de uitgaven van ander langer dichtwerk in de jaren ’70 door W.J.C. Buitendijk (‘Vijf en twintig jaren’, ‘Hagar’ en ‘De slag bij Nieuwpoort’) en in 1989 door K. van Walsum (‘De chaos en het licht’).
Wat de teksten in deze drie afdelingen samenbindt, is te lezen uit de gekozen titel, het fraaie citaat ‘Dwaasheid, ijdelheid, verdoemenis!’: een doorlopend verzet, eerst tegen de mentaliteit, later tegen de concrete gebeurtenissen van Da Costa’s tijd. In de inleiding wordt gedegen Da Costa’s schrijverschap verklaard onder de paragraaftitels ‘De jonge Da Costa’, ‘Da Costa en Bilderdijk’ (Bilderdijks invloed op Da Costa als ‘principieel bestrijder van de denkwereld en het streven van de Verlichting’), ‘Poëzie, gevoel en strijd’ (de ware dichter leeft en dicht geheel uit zijn gevoel; de dichter en de christen vallen samen), ‘Bezwaren’ (prozaïsche kwesties zullen in proza bestreden moeten worden) en ‘Aanpassing en kritiek’ (de latere profetische dichtwerken, getuigend van een geloof in de spoedige wederkomst van Christus; deze ‘tijdzangen’ vertonen niet meer de scherpe kantjes van weleer en oordelen genuanceerder over allerlei praktische kwesties).
Dit alles wordt uitgewerkt en aangevuld in de ‘Inleiding bij de teksten’, met paragraaftitels als ‘De "eeuw" van de Bezwaren’, ‘De samenhang der Verlichting’, ‘Da Costa’s cultuurkritiek’ en ‘Da Costa als literator’, dit laatste met de nodige aandacht voor de retorische logica, de mondelinge voordracht, het manipuleren door middel van meeslepende vergelijkingen, de schijnbewegingen door bepaald woordgebruik en het effect van het bijbelse taalgebruik.
Deze waardevolle bloemlezing is verlucht met een portret, drie titelpagina’s en een stukje handschrift.
| MNL Homepage | TNTL |