TNTL 117/1
Lisa Kuitert
Gezelle beschreven 1899-1999 : selectieve bibliografie van een eeuw Gezellestudie / door Marcus de Schepper & Linda Fonteyne. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2000. - V, 351 p. ; 24 cm. - (Literaire tekstedities en bibliografieen, ISSN 1374-8750 ; nr. 5)
ISBN 90-72474-31-7 Prijs: BEF 807
Gezelliana : kroniek van de Gezellestudie 1998-1999 / Universitaire Faculteiten
St.-Ignatius - Antwerpen : Universitaire Faculteiten St.-Ignatius ; 22 cm
ISSN 0776-4111 Prijs: BEF 400
In 1999 werd de honderdste sterfdag van Guido Gezelle herdacht. Het is daarom een goed idee van Marcus de Schepper en Linda Fonteyne om na te gaan waartoe het ‘Nachleben’ in die honderd jaren geleid heeft. Zij doen daarvan verslag in de onlangs verschenen bibliografie Gezelle beschreven. Selectieve bibliografie van een eeuw Gezellestudies. ‘Selectief’ is de bibliografie wat betreft de kranten- en weekbladenartikelen. Die zijn alleen opgenomen wanneer ze via de zeer onwetenschappelijke maar altijd uiterst vruchtbare ‘sneeuwbalmethode’ waren ontdekt. Bij toeval, met andere woorden. Soms leidde een Gezellevondst in een weekblad tot weer nieuwe treffers in dezelfde jaargang bijvoorbeeld, en die konden dan ook worden opgenomen. Voor het overige putten de bibliografen uit enkele belangrijke bibliografische naslagwerken alsmede uit verwijzingen in studies over Gezelle. De BNTL is vakkundig doorgevlooid, waarbij de bibliografen bovendien de systematiek van de BNTL voor een deel hebben overgenomen. Dat betekent dat je gemakkelijk kunt opzoeken wat er over Gezelle en de beeldende kunst is geschreven (2.2.2.2.3., slechts twee titels) en wat er over Gezelle en de erotiek is geschreven (2.3.1.4. toch nog zes artikelen, waarvan twee in de Gay-krant). De bibliografie is verder ontsloten door een register op onderwerpen en op namen van auteurs van ‘gezelliana’. Enkele veelschrijvers op dit gebied zijn J.J.M. Westenbroek en J. Boets, twee van de twaalf redacteuren van Gezelliana. Kroniek van de Gezellestudie 1998/1999, waarvan een extra dik nummer is verschenen. Als gevolg van alle extra beslommeringen voor de Gezelledeskundigen, vanwege het gedenkjaar, moesten twee jaargangen worden samengevoegd, zo wordt in het redactioneel toegelicht. Ook in dit nummer staat een bibliografie, die de voorafgaande drie jaren bestrijkt, maar die zijn ook al in Gezelle beschreven verwerkt -- wat het jaar 1999 betreft overigens wel in beperkte mate omdat de bibliografie anders niet op tijd kon worden uitgebracht. Alleen Gezelliana noemt dus het kattige stuk van Benno Barnard in Knack die zei dat het werk van Gezelle bij hem louter bevreemding en verveling teweegbracht. Het regende daarop ingezonden brieven, onder anderen van allerlei Vlaams-nationalisten die vonden dat Barnard als Hollander zoiets niet had mogen schrijven. E. Spinoy maakt in navolging van Barnard in dit dubbeldikke nummer een soort balans op van de canonisatie van Gezelle. Voorts is er aandacht voor onder meer de receptie van Gezelle in het tijdschrift Vlaamsche Arbeid (1905-1914) en voor een Italiaanse bewonderaar van Gezelle, de zondagsdichter Mario Mazzolani.
| MNL Homepage | TNTL |