TNTL 117/1
Yolanda Rodríguez Pérez
Cort relaas sedert den jare 1609 : de avonturen van een Zeeuws koopman in Spanje tijdens de Tachtigjarige Oorlog / David Baute ; uitg. door Robert Kuiper ; inl. door Rudolf Dekker en Robert Kuiper ; met medew. van Hein Kluiver en Joos Vermeulen. - Hilversum : Verloren, 2000. - 96 p. : ill. ; 22 cm. - (Egodocumenten, ISSN 0929-9807 ; dl. 20)
ISBN 90-6550-171-1 Prijs: f 25,34
In het twintigste deel van de reeks Egodocumenten wordt een van de eerste Nederlandse koopmans-autobiografieën uitgegeven. De auteur, David Baute, is een in 1588 in Antwerpen geboren koopman die kort voor zijn overlijden in 1657 zijn levensverwikkelingen op papier zette. Het leven van Baute speelt zich af tegen het decor van de Tachtigjarige oorlog en uit zijn relaas krijgt de lezer niet alleen een ooggetuigenverslag van de roerige politieke tijden waarin hij leefde, maar ook van de moeilijkheden die de Nederlandse kooplieden in Spanje moesten trotseren.
Baute legt regelmatig het verband tussen belangrijke toenmalige gebeurtenissen en zijn eigen leven. Zijn geboortejaar noemt hij in één adem met de beruchte nederlaag van de Armada; op zijn eenentwingtigste, als het Bestand in 1609 ondertekend is, vertrekt hij naar Sevilla om zich aldaar verder te bekwamen in zijn vak. Als ‘factor’, of vertegenwoordiger voor in de Noordelijke Nederlanden gevestigde kooplieden, zal hij in Spanje binnen het netwerk van ‘onse Nederlandsche natie’ functioneren.
Met het hervatten van de vijandelijkheden in 1621 tussen Spanje en de Verenigde Republiek zullen de echte problemen voor Baute beginnen en als gevolg hiervan zijn kleurrijke avonturen. Nadat het Bestand was afgelopen werd het in Spanje verboden om koopwaar uit de Nederlanden te halen. De op het schiereiland actieve Nederlandse kooplieden werden uiterst wantrouwig bekeken door de Spaanse autoriteiten, wat leidde tot een hard optreden. Goederen, correspondentie en allerlei bezittingen van de leden van de Nederlandse natie werden geconfisqueerd met de hoop om enig spoor van verraad te vinden. Spionnen voor de Spaanse zaak functioneerden ook ondergronds. Baute beschrijft de angst en schade die hij en zijn compagnons ondergingen. De arme Baute zal zelf een wrede marteling aan eigen lijve ervaren.
Voor de Spanjaarden lijkt hij niet zo veel sympathie te voelen. De gerechtsdienaar Pedro de Arce is zijn gezworen vijand en Bautes beschrijving van deze Spanjaard past binnen de beste traditie van de zwarte legende, net zoals bepaalde uitspraken van Baute als hij zegt dat de Spanjaarden ‘dreijgden te pijnigen, te bannen, ende te hangen’. Baute acht de Spaanse artsen ook niet eens in staat om zijn als gevolg van de marteling opgelopen wonden te genezen en hij zoekt derhalve een Nederlandse geneesheer.
Gevangennemingen, verbanning, ontsnappingen, kapers en oorlogsschepen zijn een aantal van de spannende elementen van het leven van deze koopman. In de jaren dertig zal hij zich uiteindelijk in Middelburg vestigen, waar hij zal trouwen en een rustige positie als financier en bewindvoerder van de WIC zal bekleden. Baute liet ook ruimte in zijn relaas voor persoonlijke ontboezemingen over zijn gezin, wat deze tekst nog waardevoller maakt.
| MNL Homepage | TNTL |