TNTL 117/2

Lia van Gemert

De doorluchtige daden van Jan Stront : opgedragen aan het kakhuis : bestaande in een uitgelezen gezelschap, zo van heren als juffers : tweede deel gedrukt voor de liefhebbers / Anoniem ; voorw., tekstbezorging en noten Inger Leemans. - Utrecht : IJzer, cop. 2000. - 158 p. ; 21 cm

ISBN 90-74328-40-7 Prijs: f 32,50

Voor wie vertrouwd is met het genre geeft de titelpagina het ondubbelzinnig aan: een boek over de ‘doorluchtige Jan Stront’, ‘gedrukt voor de liefhebbers’, en opgedragen aan het ‘kakhuis’, waar zich een ‘uitgelezen gezelschap, zo van heren als van juffers’ bevindt, aanwijzingen te over dat het hier gaat om een pornografische tekst. Ze waren er ook in de zeventiende eeuw al, de ‘memoires’ van hoeren en hun cliëntèle -- opwindend met hun schunnige knipogen en humoristisch in hun contrast met de officiële norm. Editeur Inger Leemans, die een proefschrift over het onderwerp voorbereidt, stelt dat dit soort boeken ook leerzaam wilden zijn, maar belicht niet hoe dat precies zat.

Dat gemis is echter maar betrekkelijk: Leemans verstaat de kunst haar publiek te verleiden tot lectuur van de toegankelijk uitgegeven tekst, die herspeld is maar waarin verder zo min mogelijk ingrepen in taalstructuur en woordkeuze zijn gedaan. Een navolgenswaardig voorbeeld. Het voorwoord gaat in op het karakter van pornografie in de zeventiende eeuw. Anders dan de voorspelbare bladen van vandaag, die de koper kortstondig op willen winden met ranzige foto’s en dito sjabloonteksten, was het toen nieuwe genre nog niet louter clichématig ingevuld.

Pornografische teksten als die over Jan Stront, waarvan het eerste deel verscheen in 1684 en een bewerking is van een Franse tekst, vormen een variant op de schelmenroman. Stront dankt zijn naam aan het feit dat zijn vader, een Rotterdamse koopman, eerst zijn moeders schoot volscheet voordat hij zich omdraaide en andere bezigheden aanving. De zoon lijkt op hem: hij smeert als kind al graag alles onder met stront en in zijn studententijd kruidt hij er zijn taalgebruik mee om zonder aanzien des persoons de wereld te bekladden. Het hier uitgegeven tweede deel, waarschijnlijk van 1696, is authentiek Nederlands en heeft als thema seks. De inmiddels oude Jan converseert erover met vrienden en hoeren, en bij het woord wordt ook de verleidingsdaad gevoegd. Het ‘seks-utopia’ dat zo geschapen wordt, is volgens Leemans een antwoord op het eerste deel: het menselijk bedrijf is niet failliet maar kan in lichamelijk denken een nieuwe waarheid vinden. De auteur van deze moraal houdt zich verborgen, zoals gebruikelijk in dit genre, maar Leemans betoogt met krachtige argumenten dat het om de Utrechtse uitgever Pieter Elzevier gaat. Vooral de overeenkomsten tussen Jan Stront en Elzeviers overige werk overtuigen; de suggestie dat de hoofdpersoon autobiografische trekken heeft maakt de zaak pikant omdat ze inhoudt dat de radicale denkbeelden van de papieren held ook in werkelijkheid bestonden. De ruimte om de consequenties daarvan -- bijvoorbeeld voor de moraal van het verhaal -- verder uit te werken ontbreekt hier, maar zal hopelijk in het proefschrift ruim benut worden.


| MNL Homepage | TNTL |