TNTL 117/2
Dieuwke van der Poel
Toekomst voor de Middeleeuwen : Middelnederlandse literatuur in het voortgezet onderwijs / Hubert Slings. - Amsterdam : Prometheus, 2000. - 258 p. : ill. ; 22 cm. - (Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen ; 21)
ISBN 90-5333-921-3 Prijs: ƒ 42,95
In Toekomst voor de Middeleeuwen geeft H. Slings een uitgebreide reflectie op de plaats die Middelnederlandse literatuur in het voortgezet onderwijs in Nederland zou kunnen en moeten hebben. Maar zijn boek geeft veel meer dan alleen een visie op de lespraktijk: hij fundeert zijn stellingname op een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van het onderwijs in de Middelnederlandse letterkunde op scholen. Daartoe heeft hij zijn boek in drie delen ingedeeld: Verleden (de periode van het tweede kwart van de negentiende eeuw tot de invoering van de Mammoetwet in 1968), Heden (tot de invoering van de Tweede Fase in 1998/1999) en Toekomst (het studiehuis). Elk van deze hoofdstukken volgt in grote lijnen dezelfde opbouw: een bespreking van achtereenvolgens de beginsituatie en doelstellingen, leesstof, lesmateriaal, onderwijsactiviteiten en werkvormen, en tenslotte de toetsing. Een rode draad in het boek is het ontstaan van de kloof tussen de vakwetenschap en het schoolvak sinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw. De bezinning op de toekomst is verankerd in een poging het schoolvak opnieuw te laten aansluiten bij de resultaten van de wetenschappelijke bestudering van de Middelnederlandse letterkunde.
Terwijl de universitaire bestudering van de Middelnederlandse letterkunde thans een periode van grote bloei doormaakt, staat de historische letterkunde als schoolvak op verlies: binnen de Tweede Fase is het aantal uren voor de Nederlandse literatuur sterk gereduceerd (waarbij bovendien het lezen van de literaire werken zelf thans ook binnen deze krap bemeten tijd moet plaatsvinden); op de havo is het lezen van oudere literatuur niet meer verplicht en volgens de eindtermen voor het vwo kan worden volstaan met drie boeken van vóór 1880. Toch ziet Slings wel degelijk een plaats voor de Middelnederlandse literatuur in het studiehuis (zijn visie kan overigens toegepast worden op de hele historische letterkunde). Volgens hem zouden daarbij vooral de (canonieke) teksten centraal moeten staan (en minder de literatuurgeschiedenis), waarbij de leerdoelen zouden moeten liggen op het terrein van de historische bewustwording, cultuuroverdracht, literaire vorming, individuele ontplooing en wereldoriëntatie. Daarbij is dan ook dringend behoefte aan lesmateriaal dat is toegesneden op de Tweede Fase; de reeks Tekst in context (waarvoor Slings delen over Karel ende Elegast en Reinaert bezorgde) zijn daarvan uitstekende voorbeelden. Met dit belangrijke, goed beargumenteerde en overtuigende pleidooi laat Slings zien dat er nog steeds een toekomst voor de Middeleeuwen is.
| MNL Homepage | TNTL |