TNTL 117/2
Fabian R.W. Stolk
Literatuurwetenschap tussen betrokkenheid en distantie / Liesbeth Korthals Altes, Dick Schram (red.). - Assen : Van Gorcum, 2000. - 409 p. : ill. ; 24 cm
ISBN 90-232-3640-8 Prijs: f 65,--
Anders dan de titel suggereert, bevat deze bundel niet louter theoretische beschouwingen over de positie van de literatuurwetenschap in de samenleving en ten opzichte van de literatuur. Het 409 bladzijden dikke boek bevat 33 korte verhandelingen waarvan het merendeel een actuele literair-wetenschappelijke benaderingswijze demonstreert aan de hand van de bespreking van een concreet onderwerp, bijvoorbeeld een literair werk, oeuvre, thematiek, genre en dergelijke meer. Met recht spreekt de uitgever op de achterkaft van ‘een staalkaart’.
De artikelen zijn gegroepeerd onder vier noemers: Grandeur en misère van de literatuurgeschiedenis; Interpretatie: van reflectie naar praktijk; Representatie van het onrepresenteerbare: de Tweede Wereldoorlog; Literatuur in/ter discussie. Ze handelen onder andere(n) over Tachtig, F.B. Hotz en Johan Huizinga, de nachtegaal als poëticale metafoor in de zeventiende eeuw, Modernisme, detectiveromans, Allard Pierson, Fin de siècle, Marcel Proust, Lucebert, Eva Gerlach, J.H. Leopold, Gerrit Krol, the novelist formerly known as Patrizio Canaponi, stripverhalen, spreekwoorden, Bourdieu en La Télévision, kolonialisme als interpretatieve context voor ‘De familie Kegge’, gender en, bij wijze van conclusie, de tijd. En dit is een verre van volledige of zelfs maar representatieve opsomming.
Voor elk, die bereid is te zoeken, wat wils; niet alle bijdragen hebben namelijk een vanzelfsprekende plaats gevonden in het ruim bemeten spanningsveld tussen literairwetenschappelijke betrokkenheid en dito distantie, of zelfs maar in één van de thematische velden. Een stuk getiteld ‘Spelregels van de interpretatie’ lijkt in eerste instantie niet op zijn plaats sub ‘Literatuurgeschiedenis’ terwijl een artikel over het postmodernistische gehalte van een verhaal van Canaponi niet alleen een interpretatief, maar ook een literairhistorisch onderwerp heeft. Dergelijke dubbel- en dwarsverbanden zetten aan tot reflectie op het vak, ook wanneer dat niet het onderwerp van de afzonderlijke bijdragen is.
Het caleidoscopisch karakter dankt dit boek kennelijk aan het genre waartoe het behoort, de huldebundel. De vier thema’s lijken geen vooraf gekozen kaders te zijn geweest; dat waren veeleer de 33 persoonlijke interessen van de auteurs. De bundel bevat offspring van lopend onderzoek en minder ver gevorderde, maar niet minder spannende verkenningen van en suggesties voor invalshoeken en benaderingswijzen van literatuur (in de verkenning van ‘het betogende’ in Les Particules élémentaires wordt ‘een interessant verband’ met Mystiek lichaam -- heel uitdagend -- alleen maar aangestipt, in een noot). Daarnaast bevat de bundel enkele genre-stukjes; sommige bijdragen hebben namelijk een wat squibbig karakter, onder andere door het ontbreken van verwijzingen naar relevante vakliteratuur of feitenmateriaal. Niet elk artikel kan daarom de kwalificatie ‘wetenschap’ echt verdragen, gelet ook op niet met referenties onderbouwde mededelingen zoals ‘Er is overtuigend betoogd dat [...]’. Among friends zijn dergelijke wendingen gebruikelijk en bruikbaar, maar bij publicatie in boekvorm is meer feitelijke onderbouwing en kritische distantie op zijn plaats. Desalniettemin biedt deze huldebundel door de naar aard en onderwerp uiteenlopende bijdragen een mooi beeld van de rijkdom van het vak en, indirect, ook van de vakkundige activiteiten van Elrud Ibsch.
| MNL Homepage | TNTL |