TNTL 117/3
Lia van Gemert
Een lectuur van "Le spectateur belge" (1815-1823) van Leo de Foere : traditionalisme in actie / R.F. Lissens. - Gent : Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2000. - XIV, 182 p. : facs. ; 24 cm. - (Studies op het gebied van de cultuur in de Nederlanden, ISSN 1375-985X ; nr. 2)
ISBN 90-72474-33-3 Prijs: 726 BEF / E 18
De West-Vlaamse priester Leo de Foere heeft in de Belgische samenleving voor ophef gezorgd. Hij vroeg aandacht voor de Romantische ontwikkelingen in de Europese literatuur en voor de identiteit van de afzonderlijke Europese volken. Dat hij desondanks als conservatief bekend staat, komt mede door zijn rol in de taaldebatten van de jaren ’40: in het Nationaal Congres keerde hij zich fel tegen de spellinghervorming. De nieuwe spelling kon het Vlaams zo dicht bij het Nederlands brengen dat orangisme en protestantisme de Vlaamse identiteit zouden kunnen beschadigen. Deze principiële standpunten verwoordde hij al eerder in het door hemzelf gedreven, overwegend Franstalige, tijdschrift Le Spectateur Belge. Tussen 1815 en 1823 verschenen daarvan 21 delen, met o.a. essays, polemieken, boekbesprekingen en gedichten.
R.F. Lissens heeft aan dit tijdschrift een studie gewijd, waarin achtereenvolgens De Foere’s maatschappelijke en staatkundige opvattingen, zijn literaire ambities en zijn taalideeën belicht worden. De Foere komt naar voren als een verdediger van de katholieke levensvisie, als pleitbezorger van de romantiek en als kampioen van de autochtone Vlaamse taal, onbeïnvloed door Franse en Nederlandse elementen. Lissens maakt duidelijk dat De Foere’s restauratieve acties stoelden op een nationalistisch en ultramontaans traditionalisme. Zijn verdediging van de persvrijheid komt hem op een tuchthuisstraf te staan, maar ook daarna gaat hij onverdroten voort. In 1823 promoveert de geestelijke overheid het conservatieve boegbeeld weg. Le Spectateur Belge, ouvrage historique, littéraire, critique et moral wordt dan nog een jaar door De Foere’s (anoniem blijvende) vriend Felix de Pachtere voortgezet. Deze knipt uit de Franse conservatieve pers drie delen bij elkaar, maar ontwikkelt geen eigen profiel zoals De Foere had. Dat is waarschijnlijk de reden geweest voor het roemloos einde van het blad, al heeft de katholieke overheid misschien ook hier geïntervenieerd.
Aan de hand van de thema’s godsdienst/politiek, literatuur en taalstrijd doorkruist Lissens Le Spectateur driemaal, De Foere op de voet volgend en steeds commentaar toevoegend. Duidelijk wordt dat de onwillekeurige associatie met Zuid- en Noord-Nederlandse spectators onterecht is. Deze ‘Spectateur’ is geen ‘gezellige’ causeur die gefingeerde observaties uit het dagelijks leven naar redelijkheid leidt, zoals de traditie van Addison en Steele wilde. In de eerste jaren heeft het tijdschrift veeleer een algemeen culturele aard. Bovendien zijn de bijdragen verankerd in de werkelijke actualiteit. Vanaf 1815 krijgt het eigen politieke tijdsgewricht zelfs nadrukkelijk de overhand en wordt Le Spectateur een echt opinieblad. Het politieke doel bepaalt ook de taalkeuze. Wilde De Foere in heel België verstaan worden dan moest hij zijn denkbeelden over het Nederlands als officiële taal wel in het Frans verwoorden. Bovendien waren er onder de Vlamingen niet genoeg kapitaalkrachtigen om het tijdschrift in de lucht te houden. Maar het ging de schrijver wel degelijk om Vlaanderen. Zo richtte hij met de opbrengst van het blad in Brugge een school voor arme meisjes op. Tot de weinige tijdschriftbijdragen in het Nederlands horen de dankliederen die de leerlingen jaarlijks voor hun ‘heeren Voogden’ zongen.
| MNL Homepage | TNTL |