TNTL 117/3
Lia van Gemert
Elisabeth van der Woude : memorije van 't geen bij mijn tijt is voorgevallen : met het opzienbarende verslag van haar reis naar de Wilde Kust 1676-1677 / door Kim Isolde Muller ; [red. en bew. Darja de Wever ... et al. ; fotogr. Ron Wiersma]. - Amsterdam : Terra Incognita, 2001. - 152 p. : facs., ill. ; 25 cm
ISBN 90-73853-13-3 (verbeterd) geb. Prijs: f 29,50
Te bestellen bij Terra Incognita, Postbus 3258 1001 AB Amsterdam of via e-mail: terrainc@xs4all.nl
In december 1676 verliet de negentienjarige Noord-Hollandse Elisabeth van der Woude met haar vader, broer en zus Nieuwe Niedorp om een kolonie te gaan stichten aan ‘de Wilde Kust’, Guyana. Een half jaar later is ze terug, alleen, berooid en gedesillusioneerd. Haar vader en zus zijn overleden, haar broer is voorlopig in de West gebleven. Ze tekent in een memorieboekje haar belevenissen op, ingevlochten in een uitgebreidere tijds- en familiekroniek die ze tot 1694 blijft bijhouden. De originele tekst is gedeeltelijk overgeleverd, daarnaast is een negentiende-eeuws afschrift van het volledige document beschikbaar. Samen vormden ze de basis voor een uitgave van de hand van Kim Muller.
In een korte inleiding schetst Muller de familiegeschiedenis en de plannen voor de kolonie aan de rivier Oyapoc in het huidige Frans Guyana. Dan volgt de volledige tekst van het memorieboekje, van 1621 tot 1694, waar nodig nader toegelicht. Hierbij is een belangrijke nevenbron voor de episode 1676-1677 gebruikt, het verslag van fiscaal Gerardus de Myst, uit 1678.
Hoofdbestanddeel van de kroniek is het levendige reisverslag, met bijvoorbeeld een tussenstop op de Kaapverdische eilanden -- waar de gereformeerde Van der Woude sr. heimelijk begraven wordt zonder dat de roomse Portugezen het merken -- en de bange periode tijdens de terugreis dat de Duinkerker kaperkapitein Jean Bart Van der Woude gevangen houdt. Zijn huwelijksaanzoek, op conditie dat ze rooms wordt, weigert ze. De kroniekaantekeningen zijn kort en zakelijk, bijvoorbeeld: ‘1672 de 3 julij wiert sijn hoocheijt stathouder over hollant, zeelant en westvrieslant, de 20 augustus zijn in schravenhaege omgebracht jan en corenelis de wit’ (p. 21) en ‘1678 de 27 maij heb ick johannis pruijmer ten doop gehouden in de oude kerck [te Amsterdam] 1683 gestorven de 12 januarij’ (p. 59). Enkele feiten krijgen iets meer ruimte, zoals het slechte weer van najaar 1675 (p. 23, 25). Haar eigen huwelijk in 1684 wordt kort vermeld (‘[...] de heer geef ons daer toe sijn segen amen’, p. 61), waarna in iets meer dan een bladzijde de periode tot 1694 beschreven wordt, met de geboorte van zeven kinderen. Vier halen de tweede verjaardag niet en eenmaal naderen de uitersten elkaar wel heel nauw als na de begrafenis van een kind de volgende dag een nieuwe spruit geboren wordt. Ook dat wordt echter met weinig omhaal genoteerd (2 en 3 september 1694 , p. 61, 63). Het is Van der Woude laatste aantekening; ze sterft in 1698.
De meeste notities zijn dus erg beknopt en droog. De persoonlijke inslag van dit memorieboekje, die op de achterflap als reclameleus fungeert, zit vooral in het reisverslag. De reconstructie van de levensloop van Van der Woude en haar kinderen die Muller op de kroniek laat volgen, is een welkome aanvulling. Ook over ‘De Nieuwe Wereld’, de kolonie Orange waar het allemaal om begonnen was (inclusief een contemporaine kaart) en het verslag van fiscaal De Myst zijn aparte hoofdstukken toegevoegd. Tot slot volgt een beschouwing over het memorieboekje als egodocument en een recapitulatie van boekhistorische en genealogische gegevens.
| MNL Homepage | TNTL |