TNTL 117/3

Marjolein Hogenbirk

Roman van Walewein / ed. [with an introd.] by David F. Johnson and Geert H.M. Claassens. - Cambridge : Brewer, 2000. - 541 p. ; 24 cm. - (Dutch romances ; vol. 1) (Arthurian archives, ISSN 1463-6670 ; 6) Oorspr. uitg. door David F. Johnson: New York [etc.] : Garland, 1992.

ISBN 0-85991-584-0 Prijs: ₤50.00

In 1992 verscheen in de serie Garland Library of Medieval Literature een editie plus Engelse vertaling van onze mooiste Arturroman: de dertiende-eeuwse Roman van Walewein, geschreven door Penninc en Pieter Vostaert.

De Amerikaan David Johnson, werkzaam aan de Florida State University, voorzag de enige volledig overgeleverde versie van de roman (UB Leiden, Ltk. 195, ff. 121-182) van een Engelse regel-voor-regel vertaling. Het Middelnederlands kon zo een wereldwijde opwachting maken. De editie werd voorafgegaan door een inleiding waarin enkele trends uit het Walewein-onderzoek werden besproken, zodat het internationale publiek op de hoogte werd gesteld van de problematiek rond deze bijzondere Arturroman.

Het doel van Johnson was destijds een impuls te geven aan de internationalisering van de Middelnederlandse (Artur)literatuur. Een kleine tien jaar na zijn editie kunnen we zeggen dat die literatuur in toenemende mate onder de aandacht van een internationaal publiek is gebracht. Dat geldt in het bijzonder voor de Roman van Walewein, die -- dankzij Johnsons editie -- in de afgelopen jaren door Amerikaanse, Britse en Duitse onderzoekers is verkend en vergeleken met hun eigen onderzoeksopjecten. Resultaat van dit onderzoek is gebundeld in: Bart Besamusca and Erik Kooper, eds. Arthurian Literature XVII: Originality and Tradition in the Middle Dutch Roman van Walewein. Cambridge, 1999. De Franse romanisten ontbreken nog in deze bundel, maar, wie weet.

De eerste druk van Johnsons editie raakte snel uitverkocht, enige fouten en slordigheidjes ten spijt. Hoog tijd voor een nieuwe uitgave dus. Die is er nu in de serie Arthurian Archives van Boydell and Brewer, een andere uitgever, die zeer dure boeken op de markt brengt. De Roman van Walewein is daar, zo zegt het titelblad, de eerste roman die uitgegeven is in de serie Dutch Romances. Dit belooft nog wat voor de toekomst. Het plan is om ook de Ferguut en alle romans uit de Lancelotcompilatie op een dergelijke manier uit te geven.

Een andere verandering op het titelblad valt ook op: David Johnson heeft deze herziene uitgave niet alleen gemaakt, maar in samenwerking met de Leuvense hoogleraar Geert Claassens, die ook behulpzaam was geweest bij de totstandkoming van de eerste editie.

De herziene editie mag zeker een verbetering genoemd worden ten opzichte van de eerste, alleen al omdat verschillende fouten en onnauwkeurigheden zijn gecorrigeerd. Een bezwaar van de eerste uitgave was, dat de Middelnederlandse tekst zonder interpunctie was weergegeven. Dit is niet handig, wanneer één van de doelen juist is het stimuleren van het lezen van het Middelnederlands. In de nieuwe editie is echter punctuatie toegevoegd, hetgeen meer uitnodigt tot lezen.

Een ander nadeel van de eerste uitgave is gebleven: de Engelse vertaling doet wat houterig aan en is niet altijd even nauwkeurig. Ook hier geldt dat je een buitenlands publiek het liefst de mooie Middelnederlandse verzen zou willen voorschotelen. Twee voorbeelden volstaan hier ter illustratie: Een zin als: ‘Therefore his friends dare not come / with his friends and kinfolk in the lists / where they know my lord to be’ (vs. 1925-27) is naar mijn idee stilistisch niet fraai en bovendien ongebrijpelijk. Het Middelnederlands daarentegen brengt duidelijkheid: ‘Bedi durren sine vriende niet comen / Daer si minen here horen nomen / Met haren neven in dat crijt’. En waarom het belangrijke woord jeeste in 11176 en 11181 niet vertaald? Het Middelnederlands maakt onderscheid tussen bouc, wort, en jeeste, terwijl de vertalers kiezen voor book, text en naar jeeste verwijzen met it, hetgeen de eerste keer naar book verwijst en de tweede keer naar text. Hier zijn naar mijn idee de nuances van het Middelnederlands verdwenen.

Maar laat ik niet kinderachtig doen. De editie van Johnson en Claassens is een mooi uitgevoerde editie. In de inleiding wordt informatie verschaft over belangrijke onderwerpen in de onderzoekstradite van de Roman van Walewein, zoals het auteurschap, datering, bron, structuur, en situering in de (Artur)traditie. Bovendien is de bibliografie bijgewerkt tot 1999. Het is wel jammer dat de meest recente literatuur (na 1992) niet is verwerkt in de inleiding.

Dit neemt niet weg dat deze mooie editie een belangrijk middel zal kunnen zijn om een internationaal publiek een blik te gunnen in de schatkamer van onze Middelnederlandse Arturliteratuur.


| MNL Homepage | TNTL |