TNTL 117/3

Jan Noordegraaf

Ausgewaehlte Schriften zur niederlaendischen und deutschen Sprach- und Literaturwissenschaft / Jan Goossens ; hrsg. von Heinz Eickmans, Loek Geeraedts, Robert Peters. - Muenster [etc.] : Waxmann, 2000. - 564 p. : fig., krt. ; 23 cm. - (Niederlande-Studien ; Bd. 22)

ISBN 3-89325-871-X Prijs: 89,00 DM / E 45,50

Dat Goossens een productief wetenschapper is, zal de enigszins geoefende vakgenoot niet zijn ontgaan, evenmin als het feit dat de emeritus uit Münster aandacht heeft geschonken aan een veelheid van onderwerpen op het gebied van de neerlandistiek in ruime zin. Was in 1998 al een aantal van Goossens’ ‘kleinere Schriften’ over Reynke, Reynaert und das europäische Tierepos gebundeld, nu is er een tweede verzameling opstellen verschenen, samengesteld ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de auteur. Dankzij de inspanningen van de betrokken redacteuren kan de geïnteresseerde lezer zich een helder beeld vormen van Goossens’ verspreid gepubliceerde onderzoeksresultaten.

Deze nieuwe bundel bevat een keuze uit Goossens’ belangrijkste opstellen over dialectologie, sociolinguïstiek, naamkunde, taalgeschiedenis, contrastieve linguïstiek en middeleeuwse literatuur. Het zijn in totaal 29 bijdragen, geschreven of uitgesproken in het Duits of Nederlands; ze dateren uit de jaren 1962-1998 en ze zijn voor deze gelegenheid geüniformeerd wat de opmaak betreft. Het boek is verdeeld in zeven rubrieken. Aan de afdeling Sprachgeographie (p. 13-278) is de meeste plaats toebedeeld; de 15 artikelen zijn er geordend rond drie thema’s: Theorie und Methoden, Fallstudien en Im Dienst der niederlandischen Sprachgeschichte. In de bijdragen aan de afdeling Flämische Soziolinguistik und Sprachpflege (p. 281-328) wordt Goossens’ duurzaam engagement zichtbaar met betrekking tot de talige integratie van Vlaanderen en Nederland. De opstellen in de rubriek Deutsch und Niederländisch im Vergleich (p. 331-374) hebben enerzijds betrekking op de contemporain gerichte contrastieve taalvergelijking, anderzijds op de historisch-vergelijkende beschrijving van de verhouding tussen de beide zustertalen, waarbij de auteur heeft gestreefd om vooroordelen en onjuiste opvattingen van Duitse collega’s inzake het Nederlands te corrigeren. De onder de titel Niederdeutsch (p. 375-450) gerangschikte bijdragen zijn taalkundig van aard. De literatuur van het Rijn-Maasgebied, die de een belangrijk onderzoeksobject van Goossens vormt, staat centraal in de laatste afdeling, Literatur des Mittelalters (p. 453-549). De herkomst van de artikelen staat achterin vermeld, terwijl een aanvulling op de eerder gepubliceerde bibliografie van Goossens -- het betreft de periode 1994-2000 -- het boek besluit. Registers ontbreken.

Goossens aarzelt niet om, waar hij dat nodig acht, duidelijk stelling te nemen. Heeroma’s voorstelling van zaken bijvoorbeeld ‘berust weer eens op een intuïtief oordeel’ (p. 38), Van Marle stelt ‘speculaties als feitelijkheden’ voor (p. 158), recente handboeken over de Nederlandse taalgeschiedenis heten ‘dringend bijgesteld te worden’ (p. 278), terwijl een scherpe collegiale kritiek als ‘onterecht’ wordt bestempeld (p. 278). ‘Das beste linguistische Dogma ist die Dogmenlosigkeit’ zegt hij Ferdinand Wrede na (p. 141). Men hoeft het met die uitspraken niet altijd eens te zijn om de in dit boek bijeengebrachte artikelen met profijt te kunnen (her)lezen.


| MNL Homepage | TNTL |