TNTL 117/4
Saartje Dings
Het repertoire van de Amsterdamse schouwburg, 1700-1772 / Anna S. de Haas. - Maastricht : Shaker Publishing, 2001. - 321 p. ; 30 cm
ISBN 90-423-0166-X Prijs: f 85,--
In dit boek levert Anna de Haas een grotendeels volledige lijst van alle in de Amsterdamse Schouwburg gespeelde stukken, vanaf het seizoen 1699/1700 tot de Schouwburgbrand in mei 1772. Hiermee treedt zij in de voetsporen van E. Oey-de Vita en M. Geesink, die in 1983 het Amsterdamse toneelrepertoire tussen 1617 en 1665 publiceerden. Zij waren al eerder dan De Haas op hetzelfde probleem gestuit, namelijk dat er een overvloed aan materiaal over dit onderwerp bestaat, maar geen overvloed aan tijd, en dat juist verwerking van de gegevens veel tijd vergt. Er is niet één eenduidige bron, en er is geen overzichtelijk aantal betrokkenen. Hoewel De Haas bij benadering tien jaar aan haar boek gewerkt heeft, heeft zij niet alle gevonden informatie kunnen verwerken. In haar inleiding spreekt zij dan ook de hoop uit dat haar werk inspireert tot verder onderzoek naar en nuancering van de huidige denkbeelden over het achttiende-eeuwse toneelleven.
Het boek is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Het eerste deel bestaat uit een lijst die in chronologische volgorde weergeeft wat er gespeeld werd in Amsterdam tussen 7 september 1699 en 11 mei 1772, plus de bedragen die de voorstellingen opleverden. Dit deel wordt voorafgegaan door een handleiding, die onder meer uiteenzet welke bronnen De Haas gebruikt heeft. Voor de meeste seizoenen zijn de Boeken van ontfang en uytgift gebruikt, de boekhouding van de Schouwburg. Deze Boeken geven per speelavond de titels van eerste en soms ook van tweede spel, en de recettes. De boekhouding loopt niet verder dan 1753/54, zodat voor de overige seizoenen andere bronnen gebruikt zijn. De tweede voornaamste bron, die de periode 1759/60-1768/69 beslaat, vormen de biljetten (affiches). Deze biljetten geven echter geen informatie over recettes. De overige seizoenen kennen geen eigen bron, en kunnen daardoor helaas niet volledig weergegeven worden.
Om deze seizoenen toch, al is het dan deels, in te kunnen vullen, heeft De Haas een aantal andere bronnen gebruikt. Deze kleinere bronnen kunnen tevens de informatie uit de boekhouding of de biljetten aanvullen, ondersteunen of tegenspreken. Ze beschrijft deze bronnen in een bronnenlijst. De voornaamste zijn het Lootjesboek, de Reken-boeken van de Schouwburg en het uittreksel van Huydecoper van de Schouwburgboekhouding. Binnen de chronologische lijst is met noten aangegeven wanneer informatie uit een van de kleinere bronnen afkomstig is.
Het tweede deel van het boek bestaat uit een alfabetisch titelregister. Hierin zijn alle titels opgenomen van de ten bate van het weeshuis en het oude-mannenhuis opgevoerde stukken volgens de gegevens van de chronologische lijst. Ook aan dit deel gaat een handleiding vooraf, waarin De Haas de opzet van het titelregister uiteenzet. Behalve de titels geeft ze een genre-aanduiding, de auteur of vertaler van een stuk, het jaar van eerste publicatie, de datum van de première en de data van de opvoeringen. Zo is in één oogopslag te zien dat bijvoorbeeld Aran en Titus van Jan Vos, dat zijn première beleefde in 1641, nog tot in 1746 werd opgevoerd.
Behalve de twee lijsten, die het grootste gedeelte van het boek vormen, zijn er een zestal bijlagen opgenomen die ingaan op zaken die noch in het repertoire, noch in het titelregister thuishoren, maar wel informatie van belang verstrekken over de Schouwburgwereld. In de bijlagen passeren achtereenvolgens de tussenspelen, de toneelstukken zonder bekende opvoeringsdata, de overdrachten en recettes, de abonnementshouders tussen 1732 en 1735, de huurders van de Schouwburg en de inwijding van de koninklijke loge op 1 juni 1768.
Het gedegen werk van Anna de Haas doet verlangen naar meer, bijvoorbeeld naar opvulling van de lacune in de lijst, te weten het repertoire van de laatste 35 jaar van de zeventiende eeuw. Hopelijk zullen de resultaten van een Utrechts project dat deze periode bestrijkt spoedig beschikbaar komen. Dan is het repertoire echt compleet. Intussen kunnen we met dit werk ons voordeel doen.
| MNL Homepage | TNTL |