TNTL 117/4

Maria-Theresia Leuker

Perspectieven voor de internationale neerlandistiek in de 21e eeuw / onder red. van: Gerard Elshout ... [et al.]. - Woubrugge : Internationale Vereniging voor Neerlandistiek, 2001. - 457 p. : tab. ; 21 cm. - (Handelingen Colloquium Neerlandicum ; 14) Katholieke Universiteit Leuven 27 aug. - 2 sep. 2000.

ISBN 90-72870-06-9 pbNl
ISBN 3-89323-814-x Dl f 39,67

De bundel bevat drieëndertig artikelen die gebaseerd zijn op lezingen gehouden tijdens het veertiende colloquium van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. De bijdragen laten de indrukwekkende veelvoud van het onderzoek op het gebied van de Nederlandse Taal- en Letterkunde buiten de muren zien en geven blijk van het hoge methodisch-didactische niveau van het onderwijs Nederlands aan anderstaligen. Met rechtmatige trots wijst de redactie op de kwantitatieve groei van de buitenlandse neerlandistiek: van 454 docenten werkzaam aan 187 universitaire instellingen in 1990 naar 584 docenten aan 215 universitaire instellingen anno 2000. De kwaliteit houdt gelijke tred met deze ontwikkeling; niet alleen de deelnemers van het colloquium en de lezers van de bundel zullen het eens zijn met de overtuiging van de redactie dat de extramurale neerlandistiek ‘zich inmiddels zonder schaamte (kan) beschouwen als de evenknie van haar intramurale zuster’ (p. 9). De bundel opent met vijf bijdragen omtrent het overkoepelende thema van het congres, de toekomstperspectieven van de neerlandistiek. Hier schetsen onder anderen Joop van der Horst en Hugo Brandt Corstius vrij optimistische toekomstvisies voor het Nederlands in het digitale tijdperk. Nieuwe technologieën en hun praktische toepassing in het onderzoek en het onderwijs zijn dan ook het onderwerp van de vier volgende bijdragen. Het grootste aantal artikelen is gewijd aan letterkundige onderwerpen. Van binnen de muren komt een bijdrage van Arie Jan Gelderblom en Anne Marie Musschoot over de uitgangspunten van de vanaf 2003 te verschijnen literatuurgeschiedenis, waarvan zij de hoofdredactie vormen. Thema’s van het extramurale letterkundig onderzoek zijn blijkens de acht overige bijdragen onder andere migrantenliteratuur, jeugdliteratuur, de misdaadroman, de literaire verbeelding van de Tweede Wereldoorlog, de historische roman en de (post)koloniale literatuur. Zes bijdragen zijn vervolgens gewijd aan Nederlands als bronnentaal, een gestaag groeiende sector binnen het onderwijs Nederlands als vreemde taal. Vooral historici en juristen, bijvoorbeeld in Indonesië en Suriname, hebben behoefte aan een cursusaanbod dat gericht is op het lezen van originele Nederlandstalige bronnen. Contrastiviteit, enerzijds tussen het Nederlands als vreemde taal en de moedertaal, anderzijds tussen het Nederlands en een al eerder geleerde vreemde taal, is de rode draad van de bijdragen onder de kop ‘Onderwijsmethodologie’. Het gaat vooral om de praktische toepassing van contrastiviteit, maar ook om een pleidooi voor meer onderzoek op dat gebied. De bundel sluit af met vijf bijdragen over tolken en vertalen, zowel theoretisch als praktijkgericht van aard. Ook op dit terrein liggen toekomstperspectieven, aan de ene kant door de toenemende export van Nederlandstalige literatuur in vertaling, aan de andere kant door de groeiende tolk- en vertaalbranche, waarin veel extramurale studenten Nederlands na hun studie willen werken.


| MNL Homepage | TNTL |