TNTL 117/4
Netty van Megen
Een naekt beeldt op een marmore matras seer schoon : het dagboek van een 'grand tour' (1649-1651) / Arnout Hellemans Hooft ; uitg. met inl. en comment. door E.M. Grabowsky en P.J. Verkruijsse. - Hilversum : Verloren, 2001. - 231 p. : ill., krt. ; 22 cm. - (Egodocumenten, ISSN 0929-9807 ; dl. 23)
ISBN 90-6550-181-9 Prijs: f 44,--
Bijna 20 jaar was Arnout Hellemans Hooft, zoon van Leonora Hellemans en Pieter Corneliszoon Hooft, toen hij zijn ‘grote tour’ startte. In de zeventiende eeuw werden vele jonge mannen uit families van regenten en kooplieden voor een bepaalde periode door hun ouders op reis gestuurd. De ouders van Hellemans Hooft hadden voor hun zoon een bestuurlijke, wellicht diplomatieke toekomst voor ogen. De grote tour was na het voltooien van de rechtenstudie de volgende fase van zijn educatie. Van deze reis, waarvan de meeste tijd in Italië werd doorgebracht, werden door Hellemans Hooft kladaantekeningen gemaakt die hij later in zijn dagboek verwerkte. Grabowsky en Verkruijsse, editeurs van dit manuscript, zijn zeer zorgvuldig te werk gegaan. Een overzichtelijke inleiding plaatst de schrijver in zijn tijd, beschrijft het gezin waarin hij opgroeit, zijn opleiding, de voorbereidingen van de grote tour en geeft een uitgebreide samenvatting van de reis door Duitsland, Italië, Zwitserland en Frankrijk en schetst zijn leven na de reis tot zijn dood in 1680.
De samenvatting van de reis helpt de lezer om Hellemans Hoofts voetspoor te volgen. Hij was geen inspirerende schrijver. Het dagboek bestaat vrijwel uitsluitend uit een opsomming van bezienswaardigheden: steden, kerken, kunstwerken, vestingen en wapenarsenalen. Het is niet aan Hellemans Hooft maar aan de editeurs te danken dat de tekst gaat leven. De aandacht van de lezer is vooraf gericht op details die de tekst persoonlijker maken: het geheimschrift dat Hellemans Hooft regelmatig gebruikt, verhult ontmoetingen met hoeren; zijn betrokkenheid bij het katholicisme lijkt verder te gaan dan alleen toeristische nieuwsgierigheid. Zo liet hij zich op Aswoensdag net als de katholieken een askruisje op het voorhoofd drukken en kuste hij de voeten van de paus. Deze handelingen getuigen van meer dan alleen maar aandacht voor het vertoon van pracht en praal van de geestelijke machthebbers in en rond de kerken. Heel wat minder belangstelling toont de schrijver voor de joden in Frankfurt. Aan zijn Franse geloofsgenoten besteedt hij merkwaardig genoeg eveneens nauwelijks aandacht. Hij tekent slechts aan dat er nauwelijks Hugenoten in Marseille zijn en dat ze in Fontenai een eigen kerk hebben. Geen enkele opmerking lezen we over de gespannen religieuze situatie in Frankrijk in die tijd, noch over de grotere religieuze tolerantie in de Republiek vergeleken bij Duitsland en Frankrijk.
Trouw beantwoordt hij de brieven die hij regelmatig van zijn moeder, ‘mammeer’, ontvangt. Over de inhoud van zowel de ontvangen als beantwoorde brieven lezen we niets. Hij laat ook niets los over zijn vader, die twee jaar voor de reis overleed en wiens reisdagboek hij toch gelezen zal hebben.
De bijlagen Maniscriptografie, Geheimschrift, Munteenheden en Vertalingen van de Latijnse, Franse en Italiaanse citaten worden gevolgd door een index op geografische namen en persoonsnamen.
Het aantal woordverklaringen had wel wat uitgebreider gemogen. Zo ontbreekt bijvoorbeeld de betekenis van: quade straeten (fol.24v), circumferentie (fol.31v), lobben (fol.34v), ravelijnen (fol 38r), met goede mine (fol.84v) en benden (fol.115v). Dit doet weinig af aan het feit dat Grabowsky en Verkruijsse met de uitgave van dit manuscript in de serie Egodocumenten een prachtige bijdrage hebben geleverd aan onze kennis van de zeventiende eeuw.
| MNL Homepage | TNTL |