MNL

Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde


ISSN 0040-7550
Omslag
Algemene informatie   Laatste aflevering: 125-4 (december 2009)   Archief   Binnenkort in dit tijdschrift   Richtlijnen voor de auteurs
 

Richtlijnen voor auteurs

Kopij
Kopij van boekbeoordelingen, signalementen en interdisciplinairs kan via e-mail opgestuurd worden. De kopij van artikelen kan eveneens via e-mail worden ingediend. Als kopij van artikelen via de gewone post wordt toegestuurd, dient deze te worden ingeleverd op twee prints, met vermelding van het aantal woorden. De definitieve kopij, waarin het redactionele commentaar is verwerkt, wordt bij voorkeur via e-mail digitaal ingeleverd. Bij inlevering via gewone post gebeurt dit op een print en een diskette (vgl. hieronder het onderdeel 'Kopij via e-mail of op diskette'). Alle bladzijden van de kopij dienen genummerd te zijn. Behoud altijd zelf een kopie van de kopij.
Door de redactie aanvaarde kopij geldt als definitieve tekst. Wijziging in de drukproeven, anders dan verbeteringen van zetfouten, kan de auteur in rekening worden gebracht door de uitgever.
Met het inleveren van kopij geeft de auteur toestemming voor digitale publicatie op de website van TNTL.

Artikel

  • De maximale omvang van een artikel bedraagt 10.000 woorden, inclusief noten en bibliografie. Het artikel dient te beginnen met de titel en de auteursnaam, gevolgd door een samenvatting in het Engels van ten hoogste 100 woorden. De tekst wordt onderverdeeld in genummerde paragrafen. Er wordt gebruik gemaakt van voetnoten (zie voor het verwijzingssysteem het slot van deze Richtlijnen). Vermeld na de hoofdtekst het adres van de auteur. Indien gewenst kan ook het e-mailadres worden vermeld.

    Interdisciplinair

  • De bijdragen aan de rubriek interdisciplinair zijn besprekingsartikelen van recente publicaties op een terrein buiten de neerlandistiek maar met een zeker methodologisch en/of inhoudelijk belang voor het gebied dat TNTL bestrijkt. De redactie kan voor de rubriek interdisciplinair ook auteurs van buiten de neerlandistiek uitnodigen voor een besprekingsartikel van een publicatie uit de neerlandistiek. Ook dan wordt gevraagd een bespreking toe te spitsen op het belang van die publicatie voor het vakgebied van de uitgenodigde auteur.
  • De bijdragen beslaan tussen de vier en acht bladzijden. In overleg met de redactie kan worden besloten om een langere bijdrage in te leveren als artikel; in deze vorm dient de bijdrage aan de richtlijnen voor artikelen te voldoen.
  • De auteur geeft zijn/haar visie op de belangrijke bevindingen uit een besproken publicatie, maar stelt daarbij de relevantie voor (onderdelen uit) de neerlandistiek centraal.
  • De bijdragen bevatten geen voetnoten. Eventuele verwijzingen naar andere literatuur staan in de hoofdtekst en worden beargumenteerd.
  • Bijdragen aan de rubriek interdisciplinair komen in overleg met de redactie tot stand. De redactie kan auteurs uitnodigen, maar neemt ook voorstellen in overweging.
  • Boekbeoordeling

  • Recensies in TNTL concentreren zich op het belang van de besproken publicaties voor de neerlandistiek.
  • Een recensie gaat bij voorkeur de 1000 woorden niet te boven.
  • De recensent geeft een bondige weergave van de hoofdlijnen, stellingen en/of theses uit het besproken boek en plaatst deze binnen de relevante ontwikkelingen en inzichten van het vakgebied in kwestie, maar doet dat met oog voor de algemeen neerlandistische context van het Tijdschrift.
  • De recensent geeft zijn/haar visie op de belangrijke bevindingen uit een besproken publicatie.
  • Een recensie bevat geen voetnoten. Eventuele verwijzingen naar andere literatuur staan in de hoofdtekst en worden beargumenteerd.
  • Besprekingsartikelen worden alleen op uitnodiging van de redactie gemaakt.
  • Spelling
    Tenzij anders overeengekomen, dienen bijdragen in de voorkeurspelling gesteld te zijn. Gebruik de Woordenlijst Nederlandse taal (2005) of de meest recente editie van Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal.

    Tekstindeling
    Nieuwe alinea's springen links in. Een nieuw tekstgedeelte begint met twee regels wit, eventueel gevolgd door een tussenkopje en een regel wit. Tussenkopjes staan vet en worden genummerd met Arabische cijfers.

    Tabellen, schema's, afbeeldingen
    Plaats tabellen, schema's en hun bijschriften liefst op afzonderlijke bladen. Lever ook een afbeelding met bijschrift apart in. Geef met verwijzingen tussen vierkante haken in de tekst aan waar een tabel, schema of afbeelding moet komen, bijvoorbeeld:

    [tabel 1]

    Noteer op elk apart gehouden blad bij welke pagina van de bijdrage het hoort. Afbeeldingen kunnen niet dan na overleg met de redactie worden opgenomen.

    Citaten
    Citaten in de lopende tekst staan tussen enkele aanhalingstekens, behalve citaten binnen citaten, die men tussen dubbele aanhalingstekens plaatst. Geef overgeslagen zinnen of zinsdelen binnen citaten aan d.m.v. [...]. Lange citaten springen links in en worden met een witregel gescheiden van de lopende tekst.

    Cursivering
    Cursiveer woorden die benadrukt worden, of uit een vreemde taal afkomstig zijn; woorden, zinsdelen of verzen die in de tekst besproken worden; titels van boeken en tijdschriften.

    Literatuurvermelding
    Men hantere het systeem van gecodeerde literatuurverwijzingen in de hoofdtekst (en de noten) in combinatie met een bibliografie.
    In de titelbeschrijving zet men tussen auteursnaam en titel een dubbele punt. Namen van editeurs en redacteurs volgen op de titel. Titels van boeken en tijdschriften worden gecursiveerd. Titels van artikelen, hoofdstukken van boeken, alsmede van gedichten en verhalen in bundels worden tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. Zie voor het het impressum (in de regel geen uitgever vermelden), de reeksaanduiding en andere details de voorbeelden.

    Voorbeelden:
    Hoofdtekst:
    Van der Paardt (1987: 5) meent terecht ...
    ....' (Van der Paardt 1987: 5).
    Noten:
    1. Een andere visie vindt men in Huizinga 1938: 24.
    Bibliografie:
    Huizinga 1938 - J. Huizinga: Homo Ludens. Haarlem, 1938.
    Van der Paardt 1987 - R. van der Paardt: De goddelijke Mantuaan. Vergilius in de Nederlandse letterkunde. Leiden, 1987. (Leidse opstellen, 5).
    Van den Toorn 1977 - M.C. van den Toorn: 'De problematiek van de Nederlandse aanspreekvormen'. In: Ntg 70 (1977), p. 520-540.

    Afkortingen
    De auteurs wordt verzocht voor het citeren van de volgende woordenboeken en periodieken gebruik te maken van onderstaande afkortingen:

    WNT - Woordenboek der Nederlandsche Taal
    MNW - Middelnederlandsch Woordenboek
    RGl - J.J. Mak: Rhetoricaal glossarium
    BMDC - Bijdragen en mededelingen van de dialectencommissie
    FdL - Forum der Letteren
    HCDT - Handelingen van de commissie voor dialectologie en
    toponymie
    LB - Leuvense bijdragen
    MKA, Lett. - Mededelingen van de Koninklijke Nederlandse
    Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, afd. Letterkunde
    Ntg - De nieuwe taalgids
    SpL - Spiegel der Letteren
    TNTL - Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde
    TT - Taal en tongval
    VMKA - Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor
    Nederlandse taal- en letterkunde te Gent
    VMNW - Vroegmiddelnederlands Woordenboek

    Kopij via e-mail of op diskette
    De redactie ontvangt bestanden bij voorkeur in MS Word. WordPerfect kan echter ook worden verwerkt.
    Gebruik zo min mogelijk stuurtekens, functies of speciale instellingen. Gebruik harde returns alleen om een nieuwe alinea aan te geven; spring in met een tab. Laat langere citaten inspringen. Gebruik slechts één lettertype.
    De redactie behoudt zich het recht voor om geaccepteerde kopij te (laten) onderwerpen aan deze 'Richtlijnen'.

    Redactiesecretariaat TNTL
    Huygens Instituut
    t.a.v. dr. A.B.G.M. van Kalmthout
    Postbus 90754
    2509 LT Den Haag
    Nederland
    e-mail: ton.van.kalmthout (at) huygensinstituut.knaw.nl

     


    | MNL Homepage | TNTL |